dinsdag 25 maart 2008

fasen in de crisis

De crisis die shatanawi schetst laat een nieuwe fase zien in het bewustwordingsproces van drie kwesties:

 Er is sprake van een epistemologische kwestie: Hoe kan een cultuur gekend worden?
De afbakening van cultuur varieert met het perspectief dat men daarop heeft. Vanwege het feit dat elke vorm van kennen en schrijven over een ander een zekere autoriteit verondersteld is de vraag hoe de Ander bestudeerd kan worden zonder tot een stemloos object te worden gereduceerd nog altijd actueel. (inter)culturele studie dwingt onderzoekers rekening te houden met de eigen erfenis aan vanzelfsprekendheden en steeds weer vragen te stellen over de mogelijke cultuurgebondenheid van eigen visies en kennis.

 Er is sprake van een ontologische kwestie: Wat is een cultuur?
Dat er niet zoiets bestaat als een duidelijk afgebakende cultuur wordt tegenwoordig meer en meer onderkend: ‘Vat men ‘culturen’ op als begrensde, geintegreerde totaliteiten die door een etnoniem adequaat worden aangeduid dan komt onvermijdelijk aan het licht dat het geclaimde culturele systeem een illusie is, waarvoor in werkelijkheid de kaleidoscopische effecten van gelijktijdig kriskras door elkaar lopende culturele orientaties moeten worden gesteld.’

 Er is sprake van het vraagstuk betreffende de representatie: Hoe representeer je een cultuur?
Het werkelijke probleem komt pas aan het licht in de representatie van het onderzoek, zowel tekstueel etnografisch als museaal etnografisch. Hieraan gekoppeld is tevens het autoriteitsvraagstuk: ‘wie spreekt er voor wie en is dat legitiem?’.

Ditmaal gaat de aandacht tevens uit naar de structuur van het instituut en de context waarin het is gebed:
• Wat wil het publiek?
• Wat is onze verhouding tot de hedendaagse context? (strong and weak ties)
• Beleidskwesties

Geen opmerkingen: