In het eerste semester van collegejaar 2007-2008 volgde ik het vak/researchproject 'Kunst, cultuur en kolonialisme' als onderdeel van de master Algemene Cultuurwetenschappen. Dit was een multidisciplinaire onderzoekswerkgroep. Uitgaande van individuele onderzoekscases en een stevige reader, maakten we kennis met vraagstukken van betekenisgeving, die verband houden met collectiegeschiedenis, materiaalstudie, literatuurstudie, archiefonderzoek en database-onderzoek, met beeldanalyse en oral history. De groep werkte toe naar een gezamenlijk eindverslag over de cultuur van het kolonialisme.
Met vier domeinen als vertrekpunt - materiƫle cultuur, beeldcultuur, literatuur en herinneringen - werden theoretische teksten en casestudies behandeld over wisselwerkingen tussen Nederland en de niet-westerse wereld, op zoek naar het koloniale in de Nederlandse cultuur. Collecties en tentoonstellingen van het Tropenmuseum en elders vormden een uitvalsbasis voor analyse vanuit telkens andere perspectieven.
De tekst ‘Tropical malaise’ van Mirjam Shatanawi (Shatanawi, M. Tropical malaise. Bidoun, 2007. Nr.10, pp. 42-44.) riep bij mij het meest ‘urgente’ gevoel op; Het daagde me het meest uit om mee te gaan met de overwegingen en het plaatsen van vraagtekens achter conclusies. Het meest aangrijpende element zit in het einde het van artikel, waar zij stelt dat het enige wat zij als curator van een etnografisch museum kan doen, is wachten totdat het implodeert.
Ik besloot om mijn eindpaper te schrijven met als basis dit artikel.
woensdag 31 oktober 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten